De zuigreflex
Onderzoek heeft de laatste jaren aangetoond dat het zuigen buiten de voeding een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van de baby en daarom ook niet ontmoedigd moet worden.
Dit heeft ertoe geleid dat de fopspeen imiddels wereldwijd wordt geadviseerd om aan de dagelijkse zuig-ontspanningsbehoefte van de baby te voldoen.
Duimzuigen of fopspenen?
Om te zuigen gebruiken baby's meestal een fopspeen of de eigen vingers. Tot 3 jaar is dit prima, maar daarna kan langdurig zuigen tot een verkeerde kaakontwikkeling leiden. Dit hangt niet alleen af van de frequentie en intensiteit van de zuiggewoonte, maar ook van de periode waarin de baby zuigt.
Het gebruik van een fopspeen wordt sneller afgeleerd dan duimzuigen. Slechts 1% van de kinderen van 3 jaar en ouder gebruikt nog een fopspeen, terwijl maar liefst 19% nog steeds duimzuigt. Duimzuigen kan dus, in tegenstelling tot een fopspeen, schadelijke gevolgen hebben voor kaak- en gebitsontwikkeling.
Een goede fopspeen stimuleert de kaakontwikkeling zelfs, met name de onderste en bovenste kaken.
Fopspeen vermidert risico op wiegedood
Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat wiegedood minder voorkomt bij baby's die een fopspeen gebruiken dan bij zuigelingen die er geen krijgen. Hoe het precies werkt, is nog het onderwerp van diverse studies. Duidelijk is al wel dat de fopspeen op een bepaalde manier moet worden gebruikt.
De beschermende functie van een fopspeen komt vooral tot haar recht bij het in slaap vallen, 's nachts en overdag. Bedenk wel dat een baby eraan gewend raakt. Blijft de speen plotseling weg, dan kan dat onnodige onrust veroorzaken. Een speen moet ook altijd goed schoon zijn. Het is dus verstandig er altijd een paar bij de hand te hebben. De baby de hele dag door een speen geven, is niet goed; dat kan zelfs de spraakontwikkeling belemmeren. Voor de ontwikkeling van het gebid is het goed het speengebruik na de leeftijf van een jaar af te leren.
Borstvoeding of flesvoeding
90 % van alle moeders is in staat om de borst te geven. Jammer genoeg houdt het merendeel te vroeg op, in de veronderstelling geen melk meer te hebben of bang te zijn dat de baby tekort wordt gedaan. Dergelijke onzekerheden zijn in een goed gesprek, met bijvoorbeeld het consultatiebureau, eenvoudig weg te nemen. Steeds meer specialisten bevelen borstvoeding aan, wanneer en zolang het maar kan. Een aanbeveling die meer dan gerechtvaardigd is.
Door de uitgebalanceerde samenstelling is moedermelk de meest natuurlijke en beste voeding voor je baby. Zo bevat moedermelk de eerste weken na de bevalling bepaalde antistoffen tegen kinderziektes.
Het is goed mogelijk dat je, door bepaalde persoonlijke omstandigheden, geen borstvoeding mag, wil of kan geven. Dan is flesvoeding het beste alternatief.
Je kan natuurlijk ook altijd de melk gaan afkolven.
Gewichtstoename
Vroeger dacht men dat zwangere vrouwen 'voor twee' moesten eten. Daarna dacht men ineens dat zwangere vrouwen moesten proberen helemaal niet aan te komen tijdens de zwangerschap, omdat ze dat extra gewicht nooit meer kwijt zouden raken.
Inmiddels heeft onderzoek aangetoond dat vrouwen die te licht zijn waarschijnlijk een verhoogde kans hebben op een baby met een laag geboortegewicht en dat een verantwoorde, geleidelijke gewichtstoename wenselijk is.
Bij elk controlebezoek word je gewogen om te zien of je baby en jijzelf het goed doen: plotseling veel aankomen of veel afvallen kan een teken zijn dat iets niet in orde is. Als je ineens veel aankomt, kan dat op zwangerschapsvergiftiging duiden.
Het schema hieronder laat zien hoe het extra gewicht is opgebouwd. Hoeveel je ook aankomt, je komt ongeveer een kwart van het je totale gewicht aan tussen Week 12 en Week 20, de helft tussen Week 20 en 30 en nog een kwart tussen Week 30 en week 38. Als je gewichtstoename aan het eind ineens omhoogschiet, komt dat waarschijnlijk doordat je vocht vasthoudt.
De meeste vrouwen komen ongeveer tussen de 10 à 14 kilo aan en blijven 3 - 6 kilo zwaarder dan voordat ze zwanger werden. Deze cijfers variëren natuurlijk van vrouw tot vrouw. Er zijn geen twee vrouwen gelijk, ook niet wat gewichtstoename betreft.
Die kilo's zijn zo verdeeld:
- baby: 3 tot 4 kilo
- placenta: 600 tot 800 gram
- baarmoeder: 1 kilo
- borsten: 400 gram
- vruchtwater: 1 kilo
- meer bloed: 1,5 kilo
- extra lichaamsvocht: 1,4 kilo
- extra lichaamsvet: 3,5 kilo
Nog een gouden raad: SLANK NIET AF TIJDENS DE ZWANGERSCHAP. je brengt jezelf en de baby eerder schade toe door te weinig te eten dan door te veel te eten.